Op aarde schitteren we even

“Is het zo diep dat ik het niet snap of is het gewoon verwarrend?” opperde de Voorzitter. En een zucht van verlichting ging door het voltallige Genootschap van het Genot van het Boek. Als zelfs onze Eerwaarde Voorzitter hier en daar een metafoor niet helemaal begrepen had, dan konden de overige Leden ook schoorvoetend toegeven dat ze misschien ergens ook wel toevallig een paragraafje uit Op aarde schitteren we even niet helemaal hadden kunnen plaatsen in het grotere geheel.

Op aarde schitteren we even is de debuutroman van Ocean Vuong. Het is een brief van de twenty-something Little Dog aan zijn moeder en vertelt de levenswandel van drie generaties Vietnamese inwijkelingen in de Verenigde Staten. De roman wordt alom geprezen en bekroond, maar het oordeel van de Leden van het Genootschap van het Genot van het Boek, dat is natuurlijk nog wat anders.

Vuong schrijft met zijn achtergrond als dichter erg poëtisch en dat levert een aantal bijzonder mooie zinnen en metaforen op. Voor het Genootschap had het ook wel met een clevere woordspeling of metafoor minder gekund: het gegoochel met woorden leidde soms de aandacht af van de plot en de personages. Naast de mooie zinnen zijn het immers in de eerste plaats de personages die het boek zuurstof geven. De favoriet van het Genootschap is de oma die in volle Vietnamoorlog zwanger wordt van een Amerikaans soldaat en vervolgens door allerhande omstandigheden met een andere trouwt. Later zal zij de wonderlijkste verhalen aan haar kleinzoon vertellen. De relatie van het hoofdpersonage met zijn moeder is wat moeizamer, dubbelzinniger en gelaagder, balanceert een enkele keer op de rand van de pathetiek, maar vormt tegelijk de ruggengraat van het boek.

Op aarde schitteren we even is een genre-overschrijdende roman. Hij begint als een klassiek boek met de ietwat oubollige brief-aan-mijn-moeder-kapstok. Geleidelijk neemt het poëtische element de overhand, tot zelfs de bladspiegel toe, die op een gedichtenbundel begint te lijken. Dat bracht menig Genootschapslid in de war. De Secretaris had bijna zijn geld in de boekenwinkel teruggevraagd: het laatste deel valt namelijk uiteen in korte al dan niet relevante beschouwingen, alsof het boek nog niet helemaal af is.

Op aarde schitteren we even is een interessant boek dat de grenzen aftast van wat je een roman kan noemen, erg mooi en indringend geschreven en in het laatste deel misschien net dat tikje te veel poëtisch experiment.

Quotes
– As if a name can be more than one thing, deep and wide as a night with a truck idling at its edge, and you can step right out of your cage, where I wait for you. Where, under the stars, we see at last what we’ve made of each other in the light of long-dead things – and call it good.
– Je hoeft niet als de buffels te zijn. Je kunt stoppen.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: | Een reactie plaatsen

Het boek van het jaar 2019 van het Genootschap van het Genot van het Boek

In 2018 was de verkiezing van het Boek van het Jaar van het Genootschap van het Genot van het Boek in een kwartiertje afgehandeld. De verkiezing van 2019 duurde langer. Zoals steeds werd er op voorhand gelobbyd, omgekocht en afgedreigd. Tot zover niets nieuws. Maar dat het Genootschap twee stemrondes nodig had om een winnaar aan te duiden was al weer enkele jaren geleden.

Na een eerste stemronde bleven Het museum van de onschuld en Left hand of Darkness over, waarna een heftig rondje verdachtmakingen begon. Eens de gemoederen bedaart haalde Left hand of darkness met twee derde van de stemmen de titel van boek van het jaar binnen.

Tot slot was er tijdens deze bewogen verkiezing ook nog de al dan niet bewuste schending van het stemgeheim door de Voorzitter, een incident dat ter zijner tijd wel een gepast staartje zal krijgen.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , | 1 reactie

Siddhartha

Siddhartha vertelt het verhaal van een Indische jongen uit de hoogste klasse die breekt met de ouderlijke traditie en zich samen met zijn vriend Govinda aansluit bij de Samanen. Ze geven alle rijkdom en status op en volgen de strikte leer van deze rondtrekkende ascetische bedelaars. Dan horen ze van het bestaan van de Buddha, de Verlichte, en verlaten ze op hun beurt de Samanen. Govinda voegt zich bij de volgelingen van Buddha, Siddhartha weigert te geloven dat een leraar hem tot harmonie zal brengen en trekt verder.

Herman Hesse is een Duitse schrijver uit de eerste helft van de 20ste eeuw. Zijn meest bekende en invloedrijke boek is Siddhartha dat in 1922 werd gepubliceerd. Het boek en de schrijver braken pas door na zijn Nobelprijs in 1946. In 1951 werd de roman in de Verenigde Staten gepubliceerd en in de jaren 60 werd het de bijbel van een nieuwe generatie in die zich in volle koude oorlog wilde afzetten tegen de waarden van hun ouders en in Siddhartha een rolmodel vonden.

Siddhartha is niet zozeer een roman maar eerder een religieuze en filosofische tekst. De taal is erg eenvoudig en poëtisch zoals vele religieuze teksten. Het vrij eenvoudige verhaal is een kapstok voor Hindoeïstische en Boeddhistische wijsheid. Toch heeft het boek door de non-conformistische en individualistische held een westers hart en wordt het boek vaak gezien als een brug tussen 2 werelden.

Siddhartha leest erg vlot en hoewel veel van de inhoud mijn ene oor inging en het andere weer uit, bleven enkele beelden en ideeën toch hangen, bijvoorbeeld hoe Hesse het klassieke beeld van “de rivier” in eenvoudige woorden beschrijft.

Hij zag: dit water liep en liep, voortdurend liep het, en het was toch altijd hier, was altijd en immer hetzelfde en toch elk ogenblik nieuw! O, wie dit kon vatten, dit kon begrijpen! Hij begreep en vatte het niet, voelde alleen een vermoeden opkomen, een verre herinnering, goddelijke stemmen.

Hesse stelt in dit boek ook de waarde van woorden en onderwijs in vraag, in plaats van het leven zelf te beleven.

Kennis kun je mededelen, maar wijsheid niet. Je kunt wijsheid krijgen, je kunt haar beleven, je kunt vol wijsheid zijn, je kunt er wonderen mee doen, maar vertellen en onderwijzen kun je haar niet.

Dat alles maakt van Siddhartha een buitenbeentje in de vele nobelprijsromans, een rebel en onrustige ziel op zoek naar harmonie. Zeker iets om nog eens terug vast pakken, maar nu niet, want nu moet ik verder.

Quotes:

Ik heb de brahmanen vragen gesteld, jaar na jaar, ik heb de heilige Veda’s vragen gesteld, jaar na jaar, heb de vrome Samana’s vragen gesteld, jaar na jaar. Misschien was het, o Govinda, even goed, was het even verstandig en even heilzaam geweest als ik de neushoornvogel of de chimpansee vragen had gesteld.

“Wat heb jij geleerd, wat kun jij?”
“Ik kan denken. Ik kan wachten. Ik kan vasten.”

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: | Een reactie plaatsen

Tot in de hemel

Het Genootschap van het Genot van het Boek vlijde zich neer onder een mammoetboom en las met enige volharding Tot in de hemel van Richard Powers.

In Tot in de hemel spelen bomen een centrale rol in het leven van negen Amerikanen. Doorheen het boek wordt die band sterker tot ze op den duur allemaal overgaan tot een of andere vorm van activisme. Richard Powers kreeg voor dit boek de 2019 Pulitzer Prize voor non-fictie. Voor de leden van Het Genootschap van het Genot van het Boek is een boom in de eerste plaats ideale grondstof voor een vuistdik boek. Want vonden zij ervan?

Tot in de hemel start met de negen ontstaansverhalen, voor elk personage een. Het zijn negen kortverhalen die je meteen verplaatsen in de leefwereld van de gemiddelde boom en tegelijkertijd de personages prachtig schetsen. Na dat fantastische begin kent de roman wat meer hoogtes en laagtes. Voor het ene Lid waren de bergen wat veelvuldiger dan dat de dalen dieper waren voor de anderen. Bovendien is er geen eenduidig hoofdpersonage, waardoor het boek bij momenten een beetje doelloos voorbij kabbelt.

Bovenop de vele personages gebruikt Powers graag moeilijke woorden. Daardoor was enige volharding nodig, of zoals het op 1 na Nieuwste Lid het verwoordde “ik heb me niet geërgerd, maar wel geworsteld met taal en structuur”. Wat ook niet helpt is dat de schrijver zijn boodschap -bomen zijn goed en mensen zijn slecht en met de bomen gaat het vanzelf beter gaan als de mensen er niet meer zijn- er op alle mogelijke manieren (soms subtiel, soms met een joekel van een betuttelende voorhamer) inbeukt. Sommige Leden onderdrukten meer dan eens de neiging om het boek door de kamer te flikkeren, zo goed als iedereen moest op het einde doorduwen om het boek uit te lezen.

Toch liet deze roman Het Genootschap van het Genot van het Boek allerminst onberoerd. Er werden driftig bomenfoto’s gedeeld en meer dan een Genootschapslid keek met verfrissende en vernieuwde belangstelling naar de bomen waar hij of zij al duizend keer voorbij was gewandeld. Ook het recente wetenschappelijk onderzoek dat Richard Powers in het boek verwerkt, fascineerde het Genootschap. Wist je dat bomen elkaar waarschuwen als er een insectenaanval komt? Wist je dat bomen met elkaar kunnen praten? Wist dat je de kruinen van bomen elkaar nooit raken? Wist je dat je een boomstronk soms in leven gehouden kan worden door zijn buren? Tijdens de vergadering durfde geen enkel Lid bekennen dat er tijdens het lezen stiekem een boom geknuffeld werd, maar de leugendetector die voor zulke moeilijke kwesties anders wordt bovengehaald, was uitgeleend aan het Comité ter bevordering van het kleurenwiezen.

Het Genootschap van het Genot ging op en neer op de hoogtes en laagtes van Tot in de hemel en kon daar een interessant boompje over opzetten. En wat waren de meeste leden blij dat ze het e-book gelezen hadden.

Quotes:

  •  Wanneer het hoofd van haar kleine houten popje eraf valt, plant ze het in de tuin, omdat ze zeker weet dat er weer een lichaam aan zal groeien.
  • De mens heeft niet het monopolie op merkwaardig gedrag. Andere wezens – grotere, tragere, oudere, bestendigere – hebben het voor het zeggen, zijn verantwoordelijk voor het weer, voeden de schepping en scheppen zelfs de lucht.
  • Feitelijke kennis bestaat niet. Nederig zijn en observeren, dat is het enige waar je altijd iets aan hebt.
  • Wanneer je een boom kapt, moet wat je ervan maakt minstens zo wonderbaarlijk zijn als wat je hebt gekapt.
  • Here, five years is a generation, fifty is archeology, and anything older shades off into legend. And yet, places remember what people forget.
  • Property and mastery: nothing else counts. Earth will be monetized until all trees grow in straight lines, three people will own all seven continents, and every large organism is bred to be slaughtered.
  • Civilized yards are all alike. Every wild yard is wild in its own way.
Geplaatst in Ik kijk U leest | Tags: , | Een reactie plaatsen

Wijlen Mattia Pascal

Luigi Pirandello, Nobelprijswinnaar in 1934, schreef talloze toneelstukken, vele kortverhalen en een rits romans, waarvan Wijlen Mattia Pascal met recht en rede de meest bekende is.

De Mattia Pascal uit de titel zit door zijn eigen onkunde en die van zijn familie in de schulden. Hij hokt samen met zijn liefdeloze vrouw en feeks van een schoonmoeder en werkt voor een karig loon in de dorpsbibliotheek. Niemand leent er ooit een boek, zijn voornaamste taak is het vangen van de ratten. Mattia Pascal besluit te vluchten uit deze verstikkende wereld. Op de terugweg van dit plezierreisje leest hij in de lokale krant dat hij zelfmoord heeft gepleegd en dat zijn vrouw en schoonmoeder het lijk hebben geïdentificeerd. Bevrijd van deze twee hellevegen en andere schuldeisers, besluit hij te herrijzen als Adriano Meis. Met hetzelfde schele oog, maar zonder baard en met lange haren.

Wijlen Mattia Pascal is een aanrader. De bizarre plot is spannend en intelligent, ze smeekt om een dure netflixbewerking, en drijft het boek vooruit. Mattia Pascal is een amusante en sympathieke ik-verteller die je zonder enige moeite meetrekt in zijn avontuur van zwarte humor en onversneden Italiaans drama.

Een van de hoofdthema’s in het werk van Pirandello is identiteit en ook in dit boek speelt het de hoofdrol. Wie is Mattia Pascal? Is hij degene die in Rome rond dwaalt als Adriano Meis of toch degene die in het graf ligt? Als hij aan zijn eigen graf staat, herdenkt hij dan zichzelf of degene die daar ligt? Is hij nog getrouwd met zijn vrouw als hij terugkeert als de nog levende Mattia Pascal? Is hij nog getrouwd met zijn vrouw als zij denkt dat hij dood is? Wie is Adriano Meis? Wie was zijn grootvader? En als hij zijn haar laat groeien en zijn baard afscheert, is hij dan niet meer Mattia Pascal, maar wel Adriano Meis? Kan Adriano Meis wel trouwen met Adriana Paleari als Adriano Meis? En zo gaat het het hele boek op amusante wijze lang.

De enige manier waarop je merkt dat het boek uit 1902 stamt, zijn de uitweidingen over Theosofie en Mysticisme, die in Wijlen Mattia Pascal belichaamd worden door Paleari, de Romeinse huurbaas van Adriano Meis. Theosofie was een zweverige esoterische religieuze beweging die vooral eind 19de eeuw in opgang was. Paleari is een grote believer van deze theorieën en ook een van de sleutelscènes speelt zich af tijdens een seance. Dik honderd jaar later komen deze uitweidingen een tikkeltje ouderwets en ver gezocht over.

Maar dat is eigenlijk maar een detail in een voor de rest zeer vlot en sympathiek boek over (sociale) identiteit.

Lievelingspersnage: Signorina Caporale
Quote: Ik kon aan de lijve ondervinden dat de mens, wanneer hij lijdt, zich een geheel eigen beeld vormt van goed en kwaad, dat wil zeggen van het goed dat de anderen hem behoren te doen en waar hij aanspraak op maakt alsof hij aan zijn narigheden het recht op compensatie zou ontlenen; en van het kwaad dat hij de anderen kan doen, alsof hij daar naar evenredigheid van zijn eigen lijden toe gerechtigd zou zijn. En wanneer de anderen hem niet goed doen alsof het hun plicht is, beschuldigt hij hen, terwijl hij voor al het kwaad dat hij bedrijft alsof het zijn recht is, makkelijk verontschuldigingen vindt.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , | Een reactie plaatsen

Honger

De vergaderingen van het Genootschap van het Genot van het Boek staan wijd en zijd bekend als een orgie van intellectualistische praat, overgoten met liters alcohol en de meest verfijnde en op het betreffende leesvoer toepasselijke, doch immer op legale wijze verkrijgbare versnaperingen. Helaas, tijdens de laatste vergadering leden de Leden van het Genootschap honger. Ze kregen nog net een glaasje water voorgeschoteld, en ternauwernood een stokje om op te knabbelen.

Het Genootschap van het Genot van het Boek las immers Honger van Knut Hamsun, Nobelprijswinnaar in 1920. Hamsun is de grootste Noorse schrijver ooit (Honger wordt beschouwd als de eerste psychologische roman en het begin van de literaire 20ste eeuw), maar hij collaboreerde zwaar met de nazi’s  waardoor Noorwegen tot op vandaag worstelt met wat het met deze schrijver moet aanvangen. Je kunt een behoorlijke boom opzetten over het feit of je de kunst van de kunstenaar kan of mag of moet scheiden, maar voor een dergelijke zware discussie knorden de magen van het Genootschap te hard.

In Honger probeert de verteller, een geschoolde jongeman, in Kristiania/Oslo de eindjes aan elkaar te knopen, voornamelijk door zijn schrijfsels te verpatsen aan de lokale kranten. Dat lukt niet zo goed, waardoor de roman een rauwe en verbijsterende inkijk levert in wat armoede en honger met een mens doen. Het hoofdpersonage fascineerde het Genootschap. Net zoals in Het museum van de onschuld is het opnieuw een tragische figuur. De verteller zit opgesloten in zijn trots en vast in zijn eigen gedachten, waardoor hij op kafkaiaanse wijze onvermijdelijk in de problemen komt en honger lijdt. De leden van het Genootschap zochten een boek lang het antwoord op de vraag “is het de honger of eerder de persoonlijkheid van het hoofdpersonage zelf die ervoor zorgt dat hij geen hulp wilt of zoekt.”

Honger was voor het merendeel van de leden geen makkelijke opdracht. Het boek leest traag, niet zozeer door de moeilijke woorden, maar door de introverte stijl. Bovendien is het raadzaam de hoeveelheden tenenkrommende miserie in kleine dosissen binnen te nemen. Het Nieuwste Lid vond het niet allemaal honger en waanzin, want het was aandoenlijk te lezen hoeveel hulp het hoofdpersonage aangeboden kreeg. Dat de verteller er niet zoveel mee deed is voor rekening van hemzelf (het personage, niet het Nieuwste Lid).

“Hij doet me op een vreemde manier denken aan Mr. Bean”, merkte Het Nieuwste Lid ook op, ondertussen starend naar het glaasje kraanwater waar er eigenlijk 2 lege glazen wijn en een halve fles whiskey had moeten staan. En dat is eigenlijk wel een passende vergelijking. Rowan Atkinson beschreef Bean ooit als “… essentially a child trapped in the body of a man.” De verteller maakt telkens weer dezelfde fout en blijft hopen dat het goed zal komen, zoals een peuter koppig kan blijven proberen de vierkante blok in de cirkel te duwen. En net zoals je toch gefascineerd naar Bean blijft kijken, ook al is het vaak over the top, zo blijf je ook in deze indrukwekkende roman lezen.

Het Genootschap van Genot van het Boek keerde met knorrende maag en knarsende tanden terug huiswaarts, desalniettemin gingen de Leden perfect voldaan naar huis.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Het wilde plein

Een regel over de woeste zee of ander natuurelement
Iets tegenstrijdig uit de mensenwereld
Nog een regel over een droom niets met voorgaande te maken
En vaak ook nog iets over donkerte, lijden of eenzaamheid

Ik heb moeite met poëzie. En het ligt aan mij, niet aan de poëzie. Wisława Szymborska, een andere Nobelprijswinnares, was nog best te pruimen. Maar Tranströmer, dat is niets voor mij. Dat is poëzie waar je heel hard voor moet werken. Als je het gewoon leest heeft het niet veel betekenis (je moet lezen lezen) en bovendien zijn de gedichten niet speciaal muzikaal of wondermooi geformuleerd.

Tomas Tranströmer was een Zweedse poëet die vanaf 1954 zijn bundels op de wereld losliet. Hij ontving de Nobelprijs in 2011 omdat hij ons met zijn verdichtende doorschijnende beelden een nieuwe toegang geeft tot de werkelijkheid. In 1990 kreeg hij een beroerte die hem deels verlamde en ook zijn spraakvermogen aantastte. Hierna bleef hij verder poëzie schrijven die nog fijner werd. Voor zijn beroerte werkte hij als psycholoog, ondermeer in een centrum voor jeugddeliquenten.

Transströmers gedichten zijn opgebouwd uit beschrijvingen die dan naast andere beschrijvingen worden gezet waaruit een spanningsveld ontstaat. Dat is soms boeiend, maar altijd vermoeiend om te lezen omdat de tekst zijn waarde pas loslaat na lang staren naar de woorden.

Het wilde plein is een bundeling van zijn volledige oeuvre tot 1990, vertaald door J. Bernlef. Hier en daar was er een stukje of soms zelfs een heel gedicht dat me in deze bundeling aansprak. En ik kan ook begrijpen waarom sommige mensen dit mooi of boeiend vinden, maar mij deed het niet zo veel. Parels voor een lui onwetend zwijn.

Favoriet gedicht:

Schubertiana – IV

Zoveel waarop wij moeten vertrouwen om ons dagelijks bestaan
te kunnen leven zonder door de aarde te zakken!
Vertrouwen op de sneeuwmassa’s die zich aan de berghelling
boven het dorp vastklampen.
Vertrouwen op de zwijgbeloften en de glimlach van verstandhouding,
erop vertrouwen dat ongelukstelegrammen niet ons gelden en dat
de plotselinge bijlslag uitblijft.
Vertrouwen op de wielassen die ons over de snelweg dragen
te midden van de driehonderd keer vergrote stalen bijenzwerm
Maar niets van dat alles is eigenlijk ons vertrouwen waard.
De vijf strijkstokken zeggen dat wij op iets anders kunnen vertrouwen.
Op wat? Op iets anders, en zij volgen ons een eindweegs daarheen.
Zoals wanneer het licht op de trap uitschiet en de hand –
vol vertrouwen – de blinde tastende armleuning volgt in het duister.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , | Een reactie plaatsen