Nr. 5 bus 5: meneer Van Hecke

In het appartement boven mevrouw Ambree, wonen meneer en mevrouw Van Hecke. Meneer en mevrouw Van Hecke hebben twee dochters, maar die wonen in een andere stad. Eén van de dochters heeft een zoontje van een paar maand oud. Je ziet haar regelmatig met de maxicosi in de lift. Ze ziet er jong en moe uit.

Meneer Van Hecke heeft een baard. Een witte baard. En als je hem een vraag stelt, dan moet hij even nadenken. Hij kijkt naar de lucht en wrijft over zijn baard. En als hij streelt, dan flapperen de neusvleugels van Mevrouw Van Hecke. Als een briesende neushoorn. Meneer Van Hecke heeft het strijken van de baard geperfectioneerd. Jarenlang heeft hij achteloos zijn kin gestreeld en vanuit een ooghoek mevrouw Van Hecke in de gaten gehouden. Als ik sneller strijk, briest ze dan harder? Wat als ik het met mijn linkerhand doe in plaats van met mijn rechter? Haartje voor haartje, strijk na strijk, heeft hij gemeten en geweten. Tot hij de perfectie benaderde. En elke gelegenheid die hij krijgt, die grijpt hij nu aan om die arme mevrouw Van Hecke de kast op te jagen.

Vraag hem dus niet wat voor weer het vandaag zal worden of wie de koers gaat winnen. Tenzij je van briesende neushoorns houdt.

Advertenties
Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , , | 3 reacties

Nr. 5 bus 4

Op bus 4 woont de familie Mulders. Mevrouw Mulders werkt in het hoofdkantoor van een spaarbank, enkele straten verder. Meneer Mulders, die zit bij de concurrentie. Toch praten meneer en mevrouw Mulders nooit over rentevoeten en getrouwheidspremies. Ze hebben het over andere dingen, zoals fietshelmen en zadels en hoe warm of koud het maximaal of minimaal mag zijn om te fietsen. Elke vrijdagavond stippelen ze een tochtje uit dat ze samen op zaterdag afwerken. Zondag blijven meneer en mevrouw Mulders thuis. Meneer Mulders leest dan de krant en Mevrouw Mulders een boek. In stilte. Zonder muziek of televisie.

Meneer en Mevrouw Mulders zijn eigenlijk geen stadsmensen. Ze zijn hier beland in hun studententijd, hebben elkaar voor het eerst gekust op de trappen voor de les Hogere Wiskunde en zijn hier nooit meer vertrokken. Ze willen graag iets kopen in een buitenwijk. Met een klein overzichtelijk tuintje. En een mooie garage met een stevige poort, zodat Meneer Mulders `s nachts niet meer wakker wordt omdat er inbrekers aan zijn fietsslot rammelen. Maar een huisje is duur. En naast fietsliefhebbers zijn meneer en mevrouw Mulders twijfelaars van de ergste soort. Ze hebben al meer dan vijftig huizen bezocht, maar altijd is er iets mis. De tuin is te klein. De poort is te groot. Het huis te oud of charmeloos nieuw. En die ene keer dat ze dan toch wilden kopen? Verkocht voor hun neus.

Dus fietsen ze `s zaterdags door de buitenwijken naar het platteland en dromen van hun huisje met tuintje en garage, elke zondagmiddag opnieuw.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , , | 1 reactie

Lijst 2013

Mijn pukkelpoplijstje voor 2013:pp13

Geplaatst in Ik luister U leest | Tags: , | 4 reacties

Nr. 5 bus 3

Op de gelijkvloerse verdieping, daar woont niemand, dat is een interimkantoor, maar op de eerste, aan de linkerkant, dat is het appartement van de weduwe Ambrée. Ze verhuisde naar dit flatgebouw nadat haar man aan kanker was overleden en ze weg wilde uit de stad in het zuiden. Ze woont er nog maar enkele maanden. Toch kent iedereen haar.

Als je haar tegenkomt in de hal aan de brievenbussen, dan slaat ze altijd een praatje. Niet zoals de andere bewoners die vriendelijk goededag zeggen en misschien vragen hoe het met je partner/kind(eren) is, of beweren dat de weerman heeft gezegd dat het warmer zal worden tegen het weekend. Madame Ambrée komt heel dicht bij je staan, grijpt je rechterarm vast en zegt: “Ik heb vannacht iets vreemds gedroomd. Iets heel vreemds. Ik zat weer in de klas en we hadden een test en ik was mijn boek vergeten en plots was ik in het ziekenhuis en mijn zoon was ook daar, maar ik kon mijn man niet meer vinden in die lange gangen.” En ze laat je niet los totdat het verhaal afgelopen is. Als je heel zachtjes achteruit stapt, dan knijpt ze vastberaden in je arm.

En als ze eenmaal haar verhaal gedaan heeft, zegt ze: “Maar ik wil je helemaal niet ophouden, ga maar vlug naar boven.” En dan rommelt zij wat aan haar brievenbus waar meestal niets inzit.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , , , | 2 reacties

Wat nooit nog lukken zal

Het lukt al 33 jaar niet. Net als Elke maak ik me geen illusies. Het zal niet meer lukken.

  1. Alleen op de middelste van drie tegels trappen. Of op het zwart van het zebrapad.
  2. Zwijgen als er een ongemakkelijke stilte valt.
  3. Opstaan als de wekker afgaat – nog heel heel even.
  4. Niet de hele winkel aflopen, maar aan het winkelpersoneel vragen waar de mierikswortel staat.
  5. Profvoetballer worden.
  6. Efficiënt en zonder morren klusjes opknappen in huis.
  7. Mijn kalmte bewaren als er iets niet volgens plan verloopt.
  8. Simpelweg dankjewel zeggen als iemand me een compliment geeft.
  9. Vriendelijk antwoorden als iemand me stoort tijdens het lezen of schrijven.
  10. De vuilniszak buiten zetten zonder dat hij scheurt.
Geplaatst in Ik heb een mening U leest | Tags: , | 3 reacties

De correcties

In The Corrections overtuigt Enid Lambert haar gezin om voor de laatste maal Kerstmis in het ouderlijk huis te vieren. In 650 pagina’s worden de familiebanden één voor één chirurgisch ontleed. De principiële Alfred, de immer naar erkenning hunkerende Enid, en hun kinderen, de materialistische Gary, puber in volwassen lichaam Chip en de gedreven Denise. Alle vijf proberen ze het leven van de andere gezinsleden te corrigeren met op de achtergrond de nakende dotcombubbel.

correctiesSchrijver Jonathan Franzen kruipt één voor één in het hoofd van de Lamberts. Daardoor moet je als lezer voortdurend je mening bijstellen. Chip lijkt door de ogen van zijn broer een puber van 40 die maar niet opgroeien wil. Als Franzen in een volgend hoofdstuk Chip volgt en daarna ook nog Denise liefdevol laat vertellen over haar gestoorde maar liefdevolle grote broer, begrijp je als lezer dat Gary, net zoals de rest van het gezin, Chip ziet zoals hij hem wil zien. Een ander trucje dat de schrijver in The Corrections gebruikt, is dat de Lamberts op het eerste gezicht een typische MidWest-familie zijn, maar dan met uitvergrote karaktereigenschappen en levensverhalen. Denise is een sterrenkok met stormachtige relaties, Chip belandt aan de andere kant van de wereld in een of andere dotcom-hoax. Dat maakt het verhaal op zich boeiend, maar vergroot bij momenten ook de afstand met de lezer. Franzen laat de Lamberts ook opdraven in absurde situaties (Chip met een zalm in zijn broek, Alfred die met levende drollen praat) die op papier misschien wel grappig zijn, maar weinig toevoegen aan het verhaal.

Franzen heeft een heel mooie stijl en de gave om zowel ellenlange zinnen te construeren als met één adjectief een personage te typeren. Toch is ook hier weer de sterkte van het boek meteen de zwakte. Sommige scènes lijken eindeloos te duren, waardoor je al snel diagonaal kan en begint te lezen.

Het Genootschap van het Genot van het Boek vond The Corrections een zeer goed boek, maar miste net dat sprankeltje genialiteit en consistentie om er een kerstfeestje voor te houden. Met hier en daar wat meer correctie had dat misschien wel gekund.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , , , , , | 2 reacties

Avant-garde

Hij zit er elke dag. Een grijze versleten floeren jas. Behalve donderdag. Lichtblauwe broek. Niemand weet wat hij op donderdag doet. Grijze sokken die ooit, lang geleden, wit waren. Hij zit op de grond. Enkele scheve tanden. Ter hoogte van de elektronicawinkel. Zwarte gaten in zijn mond. Slaat ruw op de snaren en murmelt wat. Schele ogen. Wereldberoemd in deze stad. Nerveus schudt hij met zijn hoofd. In een ander tijdperk was hij een avantgardistische held.

Zo murmelt hij de dag door. Op 3 snaren. Af en toe valt er een muntje in de pet, dan draait hij zijn hoofd naar boven en lacht zijn gaten bloot.

Hij passeert de gitarist elke dag. Strakke jeans. Tussen vier en vijf. Telefoon aan zijn hoofd geplakt. Samen met zijn buldog. Kortgeschoren kop. Soms met een blikje bier. In de andere hand.

Ze weten van elkaars bestaan, maar kennen elkaar niet. Ook al weet de ene dat de andere er zal zijn. De buldog, die weet het ook. En trekt zich geen hol aan van sociale conventies. Die grist het enige vijfeurobiljet uit de pet van de man. Net als die zijn gemurmel ten hemel richt.

De jongen, die vocht een vete uit via zijn telefoon. De bedelaar groette god in de hemel. En de hond? Die at het briefje op.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , , , | Een reactie plaatsen