Het wilde plein

Een regel over de woeste zee of ander natuurelement
Iets tegenstrijdig uit de mensenwereld
Nog een regel over een droom niets met voorgaande te maken
En vaak ook nog iets over donkerte, lijden of eenzaamheid

Ik heb moeite met poëzie. En het ligt aan mij, niet aan de poëzie. Wisława Szymborska, een andere Nobelprijswinnares, was nog best te pruimen. Maar Tranströmer, dat is niets voor mij. Dat is poëzie waar je heel hard voor moet werken. Als je het gewoon leest heeft het niet veel betekenis (je moet lezen lezen) en bovendien zijn de gedichten niet speciaal muzikaal of wondermooi geformuleerd.

Tomas Tranströmer was een Zweedse poëet die vanaf 1954 zijn bundels op de wereld losliet. Hij ontving de Nobelprijs in 2011 omdat hij ons met zijn verdichtende doorschijnende beelden een nieuwe toegang geeft tot de werkelijkheid. In 1990 kreeg hij een beroerte die hem deels verlamde en ook zijn spraakvermogen aantastte. Hierna bleef hij verder poëzie schrijven die nog fijner werd. Voor zijn beroerte werkte hij als psycholoog, ondermeer in een centrum voor jeugddeliquenten.

Transströmers gedichten zijn opgebouwd uit beschrijvingen die dan naast andere beschrijvingen worden gezet waaruit een spanningsveld ontstaat. Dat is soms boeiend, maar altijd vermoeiend om te lezen omdat de tekst zijn waarde pas loslaat na lang staren naar de woorden.

Het wilde plein is een bundeling van zijn volledige oeuvre tot 1990, vertaald door J. Bernlef. Hier en daar was er een stukje of soms zelfs een heel gedicht dat me in deze bundeling aansprak. En ik kan ook begrijpen waarom sommige mensen dit mooi of boeiend vinden, maar mij deed het niet zo veel. Parels voor een lui onwetend zwijn.

Favoriet gedicht:

Schubertiana – IV

Zoveel waarop wij moeten vertrouwen om ons dagelijks bestaan
te kunnen leven zonder door de aarde te zakken!
Vertrouwen op de sneeuwmassa’s die zich aan de berghelling
boven het dorp vastklampen.
Vertrouwen op de zwijgbeloften en de glimlach van verstandhouding,
erop vertrouwen dat ongelukstelegrammen niet ons gelden en dat
de plotselinge bijlslag uitblijft.
Vertrouwen op de wielassen die ons over de snelweg dragen
te midden van de driehonderd keer vergrote stalen bijenzwerm
Maar niets van dat alles is eigenlijk ons vertrouwen waard.
De vijf strijkstokken zeggen dat wij op iets anders kunnen vertrouwen.
Op wat? Op iets anders, en zij volgen ons een eindweegs daarheen.
Zoals wanneer het licht op de trap uitschiet en de hand –
vol vertrouwen – de blinde tastende armleuning volgt in het duister.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Ik lees U leest en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s