Het Genootschap van het Genot van het Boek koos zijn boek van het jaar. Het Paradijs moest het nipt afleggen tegen The Road.
Het Genootschap zal een lange tocht per winkelkar aanvatten om de heer McCarthy de officiële oorkonde te bezorgen.
Het Genootschap van het Genot van het Boek koos zijn boek van het jaar. Het Paradijs moest het nipt afleggen tegen The Road.
Het Genootschap zal een lange tocht per winkelkar aanvatten om de heer McCarthy de officiële oorkonde te bezorgen.
Deze week bespreekt het Genootschap van het Genot van het Boek Invisible circus van Jennifer Egan. Maar er is meer. We kiezen ook het Boek van het Jaar uit de volgende genomineerden:
Spannend hè.
MijnEngel verwacht een kindje. Het kindje is onze eerstgeborene. MijnEngel is enkele dagen over tijd. U begrijpt dat de zenuwen ten huize Dodo strak gespannen staan. Ook bij mij.
Ik voel me als die kerel in het symfonisch orkest die op de triangel moet slaan. Veel hoeft hij niet te doen. De strijkers en blazers, die moeten ingewikkelde noten strijken en blazen. Zij maken of breken de avond. Die kerel met zijn triangel, die moet gewoon op het juiste moment op zijn stokje slaan. Niet te vroeg of te laat. Of van de zenuwen twee keer slaan.
Normaal gezien kan ik wel met een stokje op een triangel slaan. Maar stel dat ik het stokje laat vallen? Heel dat orkest heeft zitten blazen en strijken. En het enige wat ik moest doen, was op het juiste moment met dat stokje zwaaien.
U begrijpt dat de zenuwen ten huize Dodo strak gespannen staan.
In het begin waren we nooit alleen. We stonden met onze blote voeten midden in de overvloed en als we gingen liggen, dan was het alsof we in het leven verdronken. Dan zochten de vrouw en ik elkaars hand en trokken we elkaar op het droge.
‘Gaat het’, zei zij dan tegen mij, of ik tegen haar.
En dan ging het weer.
In het begin voelden we ons nooit alleen.
Bart Moeyaert schreef een opvolger voor het alom geprezen en bekroonde De Schepping. Het Paradijs is een kort (kinder)boek met tekeningen van Wolf Erlbruch. Over de tekeningen had niemand van het Genootschap van het Genot van het Boek een uitgesproken mening. U mag zelf kiezen of dat goed of slecht is.
Het Paradijs bevat niet zoveel tekst, maar Moeyaert heeft er waarschijnlijk even lang aan gesleuteld als aan een boek van normale lengte. De tekst zit tjokvol alliteraties, rijmen en andere stijlfiguren, maar komt nergens gekunsteld over. Het paradijs is evenveel poëzie als proza. Je hebt lef als je zo uitgepuurd durft te schrijven.
Veel dingen die er nog niet lang waren, verdwenen meteen weer. Die waren niet goed gemaakt. De breekbare beestjes gingen het eerst kapot. De fijne, de frêle. Diertjes die te dun waren, krulden van de droogte op. Er waren poelen die zienderogen in veldjes van zout veranderen. Vijvers werden duinpannen. De vier rivieren brachten minder water naar de zee.
Het Paradijs is Moeyaerts interpretatie van de zondeval. Opvallende afwezige is God. Ook van een slang of appel is geen sprake. De mens heeft zulke dingen niet nodig om zijn paradijs te verknallen. Het boek telt slechts twee personages. De man, die de natuur wil beheersen en de controle behouden. En de vrouw, die vooral dingen wil meemaken. De man probeert onbeholpen zijn vrouw te plezieren, de vrouw ergert zich aan zijn pasklare oplossingen.
Met enkele rake woorden schetst Moeyaert de eeuwige strijd tussen de seksen. En door geen enkel woord te veel te gebruiken, liet hij de Genootschapsleden veel ruimte voor interpretatie. Waardoor we het boek ter hand bleven nemen op zoek naar de verschillende betekenissen van elke prachtige zin.
Op een keer fluisterde ik in haar oor dat ik honger had en of ik alvast aan haar lelletje mocht beginnen.
Ze zei ‘Nee.’
Nee.
Ze draaide zich op haar zij, met haar billen in mijn schoot, en ze kon niet ophouden met geeuwen.
Ik zei dat ik een paar struiken ging weghalen.
‘Daar,’ zei ik. ‘Tussen die bomen gaan de hazelaars eraan. Dan zul je ver kunnen kijken en eens een flink eind doorhuppelen. Dat lijkt me iets waar jij naar verlangt.’
Ze ademde zwaar, ze snurkte haast.
Sinds een jaar of drie woon ik in Antwerpen. Veel aanpassingsproblemen heb ik als verdwaalde Limburger niet gehad. Er is maar één vervelende gewoonte die ik hier heb opgepikt. Als iemand mij op straat aanspreekt, loop ik het liefst zo snel mogelijk verder. Want ze willen toch maar geld, of een sigaret, of beide. Mensen die een straatnaam roepen of met een grote kaart verdwaasd rond zich kijken, help ik gaarne. En de dikke Afrikaanse vrouw die met veel te grote koffers haar trein probeerde te halen, die had nu eenmaal mijn sterke mannenarmen nodig. Net zoals de Joodse/Indische/Marokkaanse/Vlaamse vrouw met kinderwagen als de roltrap niet meer rolt. Maar in alle andere gevallen blijf ik niet meer staan als ze mij aanspreken.
Een maand of twee geleden liep ik door het centraal station. Een meisje, midden in de twintig, blond haar en bezorgde blik, sprak me aan. “Excuseer meneer, maar ik heb een probleem, ze hebben mijn.” Ik wuifde arrogant haar verhaal weg en stapte snel verder, zoals altijd. Maar ik was het station nog niet uit of er begon een muisje aan mijn hersenen te knagen. Wat als haar verhaal echt was? Of sterker nog, wat als het mij ooit gebeurt, ergens ver weg van huis, portefeuille en GSM gepikt. Overgeleverd aan de goedheid van andere mensen? Waarom gaf ik haar niet gewoon iets?
Vorige week zag ik het meisje opnieuw. Ook in het station. Ze sprak een jong koppeltje aan. Een eindje verderop bleef ik kijken. Na een kort verhaaltje, keek de jongen naar zijn vriendinnetje. Die bougeerde niet, dus haalde hij zijn portefeuille boven en gaf het meisje van de gestolen goederen iets. Ze bedankte de jongen, liep snel verder en gunde mij geen blik.
De ongelovige Marc Vermeulen, gepokt en gemazeld in de opleidingswereld, verbleef elf keer in een abdij, met telkens een andere kennis of vriend. Ze volgden twee dagen de gebruiken en gewoontes van de paters en zusters. Ze schreven brieven die ze onder de deur van de andere staken.
Het Genootschap van het Genot van het Boek mocht het manuscript lezen en besprak de tekst met een trappist en homp abdijkaas erbij.
Onder de deur is een boek voor en door mannen. Vermeulen kiest geen enkele vrouw als schrijver-in-crime waardoor de hele tekst baadt in een mannen-onder-elkaar sfeertje. ‘Alle vrouwen worden gekeurd en zwak bevonden, op de vrouw van de schrijver na’, vond onze Vice-Voorzitter (vrouw). Ondergetekende Secretaris (man) en Lid Nummer Zes (man) hadden minder moeite met het wel en wee van De Ouder Wordende Man.
Vermeulen heeft ervoor gekozen om achteraf nog zo weinig mogelijk aan de geschreven teksten te veranderen. Daardoor zijn de dialogen authentiek en eerlijk, maar lezen ze niet altijd even vlot. Het boek staat vol met kromme zinnen en manke vergelijkingen. Bovendien zijn de meeste deelnemers aan het experiment geen fervente schrijvers. Voor spitse taal moet je het boek niet lezen.
Onder de deur is eigenlijk het verslag van een simpel maar goed idee. Als deelnemer moet dit een fantastische ervaring geweest zijn (zo blijkt ook uit de verklaringen achteraf). Maar omdat er enkel een beperking op plaats en tijd werd gelegd en niet op de inhoud van de tekst, zwermen de dialogen uit over alle mogelijke topics. De paters, het gedeelde verleden van de schrijvers, de schandalen in de kerk, (het gebrek) aan nieuws van het thuisfront, de zusters, wat vind ik van mijn kind, allerhande lijstjes, de andere abdijgasten enzovoort enzovoort. Een retraite van twee dagen lijkt bovendien net te kort om op papier je ziel bloot te leggen. De interessantste zinnen en gedachten leken vaak nog net een paar uur verder te liggen dan de opgelegde zondagavond.
De Genootschapsleden raakten, samen met de deelnemers, wel helemaal in de ban van de paters en zusters. Doorheen het boek is de abdij de laatste onbewogen rots in onze jachtige wereld. Een plaats die al honderden jaren op dezelfde manier functioneert en op dezelfde manier de volgende generaties zal overleven. Onder de deur is uitstekend PR-materiaal voor de abdijen. Het Genootschap is dan ook al naarstig op zoek naar een cellencomplex voor hun volgende bijeenkomst.
Onder de deur leek onze illustere Genootschapsleden eerder een geslaagd verslag van een fantastisch experiment, dan een stevig, diepgravend boek. Als je het zo leest én gebruikt als voorbereiding op je eigen retraite (waar je na het lezen zeker zin in zal hebben), is het een interessant boek.
Volgende keer leest Het Genootschap nog meer heidense literatuur: Bart Moeyaert die Het Paradijs naar zijn eigen hand zet. God beware ons.