Vreemd voer

Gratis en voor niets! Wat ik de laatste maanden graag gelezen heb.

  • 2 sterren voor het duivenschopdilemma
  • @guidooohh over kleine jongens. Schoon. En herkenbaar
  • “De universiteit leert je alles, behalve dat elke job uiteindelijk toch maar neerkomt op koffie drinken, rondlummelen in Outlook en het papier van de printer bijvullen.” Damn right
  • Ik kan er niets aan doen, maar dit vind ik echt grappig
  • En met dit fimpje moest ik als toekomstige vader toch wel even slikken.
Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , , | Plaats een reactie

Waarom ik naar Interne keuken luister

Het radioprogramma van Sven Speybrouck en Koen Fillet biedt twee formules voor de prijs van één. Tijdens het jaar tafelen en praten vier gasten en twee presentatoren in de keuken van Sven Speybrouck, met kwetterende vogeltjes en tinkelende glazen op de achtergrond. In de zomermaanden bestaat het programma uit twee lange gesprekken van Speybrouck met een telkens een andere gast.

De keukenformule

De meest eenvoudige ideeën zijn nog altijd de beste. Zet vier boeiende gasten samen met twee presentatoren aan een tafel met lekker eten. En laat ze vertellen. Geen gedoe met ingewikkelde terugkerende onderdelen, wedstrijden, publieksparticipatie of inspelen op de actualiteit.

Twee journalisten

Het beste aan Jongens en Wetenschap was niet zozeer het programma op zich, maar de toon en wisselwerking tussen de twee presentatoren. En ze zijn nog steeds goed op elkaar ingespeeld. Laat Speybrouck zich meeslepen in een of ander detail, dan brengt Fillet met één opmerking het gesprek weer op de rails. Als de spanning begint op te lopen tussen de gasten van Fillet, dan is het Speybrouck die met een kwinkslag de gemoederen bedaart.

Het gaat nog even door op het internet

In plaats van snel-snel een bus gasten en onderwerpen af te haspelen, heeft men in de interne keuken tijd. En als er interessante vragen zijn waarvoor binnen het twee uur durende programma dan toch geen plaatsje was, dan kunnen die na de uitzending toch nog gesteld worden. De uitzending gaat namelijk nog even door op tinternet.

Er is een podcast van

Zijn interne keuken en Friedl’ nu echt de enige programma’s die een podcast verdienen? Ik luister zelden live, wel tijdens het joggen, verven of een lange rit in de auto. Maar ik heb ze wel allemaal gehoord.

Het programma gaat ook door tijdens de vakantie

Ik weet heus wel dat al die radiomensen ook met vakantie mogen. En dat er minder geluisterd wordt tijdens de zomermaanden. Maar zeker met zo’n flutzomer als we die van dit jaar is het fantastisch dat er op mijn iPod elke week een nieuwe aflevering staat.

Het metier

En in die zomerreeks valt het metier van Sven Speybrouck nog meer op. Hij luistert aandachtig naar zijn gasten, stelt de juiste en soms wat naïeve vragen en zorgt er tegelijkertijd voor dat de gast niet ontspoort in ellenlange, saaie uitweidingen. Zelfs los van wat de gasten vertellen, vind ik het een plezier om naar zijn interviews te luisteren. Hoe hij het gesprek stuurt net naar daar waar hij het hebben wil.

Ine Roox

Het beste interview (en de directe aanleiding om deze post te schrijven) was de uitzending met Ine Roox, journaliste bij De Standaard. Het stukje over de verkrachtingen in Congo sneed door hart en ziel, juist omdat Speybrouck de naïeve, maar welgemeende vragen stelde die je anders snel inslikt. Roox was een heel uur lang bloedeerlijk en gul in haar antwoorden.

Beluister het interview

Geplaatst in Ik heb een mening U leest | Tags: , , , , , | Plaats een reactie

IJsjes eten

Op een bank in het park zitten een jongen en een meisje. Ze eten een ijsje. Het meisje, halflang blond haar en een lief gezichtje, geniet van een hoorntje. De jongen, ook vooraan in de 20, lepelt uit een fluogeel potje. De jongen vertelt een lang verhaal, over een vakantietrip jaren geleden. Hij kreeg elke dag een ijsje en elke dag opnieuw duwde hij met zijn tong het bolletje van het horentje. Sindsdien eet hij enkel nog ijs uit een potje.

Het meisje kan haar blik niet van de jongen afwenden. Haar ogen dwingen de jongen terug te kijken. Het meisje likt van haar roze ijsje. Ze schuift nog wat dichterbij. De jongen lepelt de laatste hap ijs uit zijn fluogele potje. Hij vertelt nog een verhaal, over diezelfde vakantie. ‘s Nachts durfde hij niet meer te slapen omdat zijn twee jaar oudere broer hem had wijsgemaakt dat hij de krabben die ze overdag met een touwtje gevangen hadden, in bed zou zetten.

Wanneer het meisje het ijsje helemaal opgegeten heeft, legt ze haar handen in haar schoot en schuift nog een millimeter dichter. Zijn handen liggen op zijn knie. Het meisje kijkt voor zich uit en strijkt heur haren uit haar gezicht.

De jongen begint een nieuw verhaal over zijn eerste skivakantie en het resulterende  gebroken been. Hij schuift zijn hand drie centimeter; zodat ze op haar knie ligt. Zij legt haar hand bovenop de zijne. Zij kust hem. Het fluogele potje valt van de bank.

Speciaal voor @mathiasbaert, die samen met mij getuige was van bovenstaande scène (en waar ik dan het een en ander bij heb gefantaseerd).

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , | Plaats een reactie

Mijn vijf helden

Op de Vlaamse feestdag was er een korte maar hevige brand op het gelijkvloers van ons appartementsgebouw. Mijn vijf helden van die bewogen dag:

5. E.

Het leven hangt aan elkaar met toevalligheden. De brand ontstond rond één uur. Dan is  MijnLieveling normaal gezien altijd thuis. Maar niet de elfde juli. Want de lunchafspraak van een dag eerder, was verplaatst naar de Vlaamse feestdag. E. had een dagje vrij. En zo was MijnEngel niet thuis toen het gelijkvloerse appartement in lichterlaaie stond.

4. MijnEngel

In plaats daarvan stond MijnEngel aan de voordeur op het moment dat de bewoners de brand niet meer zelf konden blussen. Zij belde de brandweer. Ze riep van brand en drukte op alle bellen.

Dan besefte ze dat de kat nog boven zat. Maar de rook hing al in de traphal. Ze bedacht helemaal zelf dat het als zwangere vrouw misschien geen goed idee was om naar boven te gaan.

3. De brandweer

Terwijl we vanachter de nadarhekken toekeken hoe een tiental brandweerlui met stoere bijlen en helmen het gebouw binnengingen, groeide mijn respect voor hen. Zij moeten naar binnen waar iedereen anders zo snel mogelijk naar buiten moet. Zonder goed te weten wat hen te wachten staat. Zelfs met alle veiligheidsvoorschriften en nieuwe technologie blijft het een aartsgevaarlijke job.

2. De politie

En de politie, die was fantastisch. Er is blijkbaar een groot verschil tussen de onnozelaar die je een boete uitschrijft omdat je te snel rijdt/verkeerd parkeert en een echte agent die met mededogen zijn taak uitvoert. Zes uur lang mocht er niemand in de buurt van het gebouw komen. Zes uur lang waren ze aanspreekbaar en hielden ons zo goed en zo kwaad op de hoogte van wat er allemaal gebeurde. Met medeleven en respect voor onze zorgen.

1. Mr. Bingley

Maar de echte held van de brand was de kat. Om zeven uur ‘s avonds mocht ik met een politieagent naar boven om enkele spullen op te pikken. En vooral om op zoek te gaan naar de vermiste Mr. Bingley.

En wie zat er onder de zetel en keek me met zijn blinkende kattenogen aan alsof hij net een dutje had gedaan? MijnEngel had zich een hele namiddag zorgen gemaakt, maar meneer liep enkele uren later nieuwsgierig rond alsof er niets gebeurd was. Onverstoorbaar beestje. Sindsdien een tikkeltje meer aanhankelijk, maar dat nemen we er graag bij.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , | 1 reactie

Borrowed time and borrowed world and borrowed eyes with which to sorrow it

The Road van Cormac McCarthy kronkelt door een post-apocalyptisch landschap. Er groeit niets meer op aarde. De laatste mensen overleven op de restanten van onze wereld: water, blikvoer en, voor wie dat wil, mensenvlees. Er wordt nergens een verklaring gegeven voor dit dorre en grijze landschap. Weten de hoofdpersonages het zelf niet? Of kan het hen al lang niet meer schelen? Door enkel de gevolgen van een calamiteit te tonen zonder de oorzaak te vermelden, wordt het boek vanzelf een krachtig milieupamflet.

In The Road trekken een vader en een zoon naar het zuiden. De zoon heeft nooit een andere wereld gekend dan de donkere, aartsgevaarlijke plaatsen waarin zij proberen te overleven. De vader doet zijn uiterste best om zijn zoon op te voeden, maar botst op de grenzen van zijn eigen moraliteit. Hoe kan je in een omgeving waar de wet van de sterkste beslist over leven en dood, rechtschapen de dag doorkomen?

De ruggengraat van het boek zijn de ijzersterke hyperrealistische dialogen tussen vader en zoon. Geen lange uiteenzettingen over goed en kwaad, maar korte zinnen die door de ander meestal met een “Okay” of een “Yes” of “No” worden beantwoord:

Did you have any friends?  (vraagt de zoon aan de vader, red.)
Yes. I did.
Lots of them?
Yes.
Do you remember them?
Yes. I remember them.
What happened to them?
They died.
All of them?
Yes. All of them.
Do you miss them?
Yes. I do.
Where are we going?
We’re going south.
Okay.

Die hyperrealistische stijl wordt het hele boek lang aangehouden. Geen franjes, alleen droge en heldere beschrijvingen. The Road is een aaneenschakeling van donkere fragmenten die niet noodzakelijk op elkaar aansluiten. Tijd heeft in deze wereld geen functie meer.

Het Genootschap van het Genot van het Boek was onder de indruk van The Road. De meeste leden hadden het op één week uit. Lid Nummer Vijf kreeg er nachtmerries van. En ondergetekende Secretaris twijfelt sindsdien elke keer bij het rek met de ingeblikte peren.

The Road is geen vrolijk vakantieboek. Het deed ons nadenken over onze aarde en onze eigen moraliteit zonder hoogdravende of utopische theorieën. En dat is voor onze hoogdravende hedonistische Genootschapsleden een tour de force.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , , , , , | 2 reacties

Vreemd voer

Af en toe lees ik eens een stukje op tinternet. En soms, als ik het helemaal warm van binnen krijg bij het lezen,  zwier ik dat dan op twitter.

Dit is wat ik in juli het liefst gelezen heb:

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , , , | Plaats een reactie

Open einde

Dit verhaal begint met een open einde: een man duwt de glazen deur van een appartementsblok open.

Even voordien had hij met de parlofoon gesproken. “Het ben ik”, had hij geantwoord. De parlofoon had “Hallo” gezegd. De vrouwenstem van de parlofoon was veel jonger dan de stem van de man, die met een zijn kalende grijze haren en doorgroefde handen wel ouder dan 60 kon zijn.

Voordat de man op de bel van “Peeters M.” duwde en het appartementsblok binnenging, stapte hij uit een auto. Een doodgewone grijze auto van een doodgewoon merk. Eén eigenaardigheid. Het stuur zat aan de verkeerde kant.

Hij was een hele tijd achter zijn stuur blijven zitten. Op de passagierszetel (aan de kant van de auto waar normaal gezien een stuur had moeten staan) lag een stapeltje brieven. De brieven werden samengehouden met een dikke, gele elastiek, zo eentje die mijn vader vroeger gebruikte om zijn grote groene brooddoos dicht te houden. De man had uit de laatste brief een kromgetrokken foto gehaald. Een vrouw met een jaren-80-poedelpermanent en gigantische epauletten leunde koket tegen een wiergroene paal op het strand. Ze hield het hoofd scheef. Ze lachte.

Even voordien was de doodgewone grijze auto van het doodgewone merk de Parkstraat ingedraaid. De GPS die Frank heette, meldde de oude man met de kalende grijze haren vol trots “You have reached your destination”.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , , | Plaats een reactie

Hemd en das

Op een bank in het Park zit een jongen. Hij draagt pak, hemd en das. Het hemd is een maat te groot en de stijve das kan wel van zijn vader zijn. Een zweetdruppel rolt van achter zijn linkeroor tot op de kraag van zijn kraakwitte hemd. Hij zit voorovergebogen, zijn beide ellebogen steunen op zijn knieën en hij kijkt voortdurend op zijn horloge. De jongen heeft papieren in zijn hand. Het eerste blad is een geprint plannetje. Het Park staat er ook op. Maar de bank niet. Op het plannetje heeft iemand met blauwe balpen een groot blauw kruis getekend. Het kruis bevindt zich twee straten verder. Het is een groot kantoorgebouw, twaalf verdiepingen hoog. Ze doen er iets belangrijks, want elke morgen en avond rijden er dure auto’s in en uit de ondergrondse parkeergarage. De rokers aan de ingang van het kantoorgebouw bellen en roken tegelijk. Die van de plantsoendienst, die werken of roken of bellen.

De jongen kijkt op zijn horloge. Haalt diep adem en staat recht. Op hetzelfde moment piept zijn jas. Hij gaat opnieuw zitten en diept een telefoon op uit de zak. Het is een kort berichtje. Afzender “mama”. “Succes!”

De jongen staat op en wandelt in de richting van het grote blauwe kruis.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: | Plaats een reactie

Impossible Soul

Sufjan Stevens speelde op Les Nuits Botaniques. Achteraf waren de meningen verdeeld en dat is vaak een heel goed teken.

De eerste keer dat ik Sufjan Stevens zag, had hij enkel een akoestische gitaar en een kaart van Michigan nodig om zijn publiek te verwarmen. Hij praatte bijna evenveel als hij zong en gaf elk nummer een plaats op zijn kaart. Sufjan Stevens was toen een piepjonge folkzanger die, telkens als het publiek applaudisseerde, ook in zijn handen klapte.

Enkele jaren later bracht dat verlegen manneke een hele band mee, met blazers en toeters en bellen. Elk nummer begon met een kleine cheerleaderroutine en het was een groot feest van krachtige nummers en lachende mensen. Sufjan Stevens was een muzikaal wonderkind. Iedereen keek vol verwachting uit naar de volgende ronde van zijn 50 States Project*.

Op les Nuits Botanique vertelde hij dat hij maandenlang ziek was geweest. Een of ander virus had hem met zijn eigen lijf geconfronteerd. Daarna ging hij op zoek naar meer fysieke (dans)muziek. De nieuwe Sufjan Stevens was eighties fluo overkill, met stuiterende beats en rare synthesizers. Het concert eindigde met Impossible Soul, een soort elektronische Bohemian Rhapsody meets Aalst Carnaval meets Gay Parade. Waar hij vroeger uitblonk door eenvoudige bloedeerlijke folksongs, ging hij nu zo ver over de normaliteit, dat het publiek, moegebeukt door rare danspasjes en al dat enthousiaste fluo, wel overstag moest. Een climax zoals een climax zijn moet.

Of het een goed concert was, laat ik in het midden. De mix van nieuwe elektronische nummers met af en toe een akoestisch intermezzo was vreemd.  En niet alle elektronica kon even lang boeien. Maar deze jongen durft op zijn bek te gaan. En dat zijn de beste muzikanten. Zij die durven veranderen. Die bruggen achter zich durven te verbranden en doen waar ze zin in hebben.

De fans die op Les Nuits Botaniques een rustig folkconcert hadden verwacht, voelden zich bekocht. Maar zij die een artiest wilden zien spartelen met zijn eigen ideeën, hebben zich heel goed geamuseerd.

* Hij zou voor elke staat van de VS een album maken. Na de twee eerste delen gaf hij zonder morren toe dat het vooral een promotiestunt was geweest.

Geplaatst in Ik luister U leest | Tags: , , , | Plaats een reactie

Op een bank in het Park

Op een bank in het Park zitten twee oude mannetjes. De armen van de linker rusten op een wandelstok. De rechterhand van de ander trilt onophoudelijk. In niets lijken ze nog op de twee jonkmannen die elke zaterdagavond met een nieuwer en mooier meisje over de houten vloeren walsten in de paleizen enkele straten verder.

‘Het is toch goed om hier te kunnen zitten’, zegt de linker.
‘Jaja’, antwoordt de ander.

Een jong meisje loopt voorbij. Ze heeft rode loopschoenen aan. Daarvoor moest ze in de speciaalzaak op de loopband. De ernstige winkelbediende met gebronsde benen en stevige kuitspieren maakte een filmpje van haar voeten. Hij bekeek het filmpje aandachtig en zei dat het dure paar schoenen waarmee ze nu door het Park loopt, voor haar het beste was. Ook zij heeft gebronsde benen. Ze blinken in het vroege zonlicht. Onder haar t-shirt draagt ze een sportbeha die op zijn plaats houdt wat allemaal op zijn plaats gehouden moet worden. Een lief rood aangelopen gezichtje met een blonde paardenstaart. De oude mannetjes op de bank kijken haar na, buigen voorover, tot ze achter de hoge struiken verdwijnt.

‘Het is toch goed om hier te kunnen zitten’, zegt de linker.
‘Jaja’, antwoordt de ander.

Het jonge meisje loopt ronde na ronde.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: | Plaats een reactie