Help een helpdesk

Youp van ’t Hek raakte een gevoelige snaar. In elk geval bij Dominiek en zijn lezers. Wat mij het meest bezighoudt is de volgende vraag: hoe komt het dat de klanten van alle grote dienstverlenende bedrijven ontevreden zijn over de service? Een bescheiden poging tot antwoord.

Outsourcing

Een beursgenoteerd bedrijf moet elk jaar meer winst maken. Je kan dat doen door meer te verkopen, of door evenveel te verkopen maar goedkoper te produceren. Als je goedkoper wil produceren, kan je proberen om zoveel mogelijk niet-essentiële taken te outsourcen. Dat bespaart niet alleen geld (je kan de outsourcingbedrijven tegen elkaar uitspelen om je taak goedkoper te laten uitvoeren), maar maakt het voor je bedrijf ook makkelijker om te  focussen op de zogezegd echt belangrijke zaken.

Waar die bedrijven niet aan gedacht hebben, is dat het veel moeilijker is om de kwaliteit van de geoutsourcete taak te garanderen. Kan je verwachten dat een helpdeskmedewerker tot het uiterste gaat als hij nog nooit een van je werknemers van dichtbij heeft gezien? Kan je verwachten dat je klanten beter geholpen worden dan die van je grootste concurrent, als zijn telefoons een lokaal verderop beantwoord worden? Wat kan je anders doen dan meeluisteren naar opgenomen gesprekken om later te kunnen klagen bij dat goedkope outsourcingbedrijf?

Elk telefoontje kost geld

Elk telefoontje naar de helpdesk kost het bedrijf bovendien geld. Stuur klanten eerst langs de FAQ, laat dan ellenlange telefoonscripts horen. Ontmoedig het bellen naar de helpdesk, zodat ze eerst zelf vijf minuten proberen om het probleem op te lossen. Dat je klanten dit vervelend vinden, is enkel een probleem als ze effectief weggaan.

Te veel producten

Wil je je winst optimaliseren, dan moet je proberen om de klant net zoveel te vragen voor je product als hij wil betalen. Dat kan natuurlijk niet met één simpel tarief. Daarom hebben de Proximussen en Mobistars van deze wereld verschillende tariefplannen. Waardoor de gewone mens een extra woordje uitleg nodig heeft om zijn factuur te begrijpen. En zo luistert de gewone mens weer naar een irritant muziekje.

Ayo Technology

Ik moet Dominiek gelijk geven als hij zegt dat de meeste mensen te hoge eisen stellen aan nieuwe technologieën. Het gaat ook allemaal zo snel, meneer. 10 jaar geleden was het de normaalste zaak van de wereld dat het internet een paar uur niet werkte. Nu schreeuwt iedereen terecht moord en brand als er een uurtje iets misgaat. En hoe lang is het geleden dat er op oudejaarsavond geen enkel van je sms’jes aankwam?

Ik denk dat mensen best wel begrijpen dat al die nieuwe technologie niet feilloos werkt. Ware het niet dat die toffe jongens en meisjes in de reclamespots nooit maar enig probleem ondervinden. Of bestaat er ook een filmpje van die gast in zijn badjas waarin hij elke maand telefoon krijgt van zijn moeder omdat den digitale tv weer niet meer werkt?

Monopoly is niet voor kinderen (Duopoly ook niet)

Als Telenet zijn klantvriendelijkheid niet gevoelig verbetert, waarom zou Belgacom dat dan wel doen? Zolang Electrabel 90% van de markt in handen heeft, zijn zijn winstmarges belangrijker dan de klantvriendelijkheid. Als Mobistar echt een veel betere dienstverlening voor dezelfde prijs zou hebben dan Base en Proximus, zou iedereen dan overstappen? En wat zouden Base en Proximus dan doen?

Geplaatst in Ik heb een mening U leest | Tags: | Plaats een reactie

Wat ik gecomponeerd had willen hebben

Zezunja antwoordde op de tweet van @inebenzine met een liedje van Caesar.

Ik zou kiezen voor een nummer zonder gitaren. Gek hè.

Geplaatst in Ik luister U leest | Tags: , | Plaats een reactie

Spoken op zolder

De zolder van zijn ouderlijk huis, daar blijft hij liever weg. Het is belachelijk, maar hij kan de angst die hem vroeger nachtenlang wakker hield, nog steeds niet loskoppelen van de plaats.

Hij was vier en lag op het warme tapijt van de woonkamer naast zijn zus. De grijsgedraaide sprookjes-cd was net afgelopen. Kleinduimpje. Doornroosje. Roodkapje en de boze wolf. Grote zus kneep hem hard in de arm.
‘Weet je dat wij ook zo’n wolf hebben?’
Hij keek haar aan en wreef over zijn arm.
‘Papa heeft die gevangen en nu hangt die vast aan een ketting op zolder.’ Ze ging recht zitten en maakte een vlecht in haar lange blonden haren. ‘En als je niet goed naar papa en mama luistert, dan steken ze je bij de wolf.’ Ze hing vlak boven hem. ‘Maar ja mag niet zeggen dat ik dat gezegd heb, want dan weten ze dat ik hen afluister en dan steken ze mij erbij.’

27 jaar later opent hij met een lange stok het luik naar de donkere zolder. Hij vouwt de trap open en steekt zijn hoofd door de opening. Een grote stoffige ruimte met dozen, en plastiek zakken. Oude meubels met lakens erover, net spoken. Enkele verroeste fietsen. Ineengezakte ijzeren rekken met schoenendozen.

Hij kruipt naar boven. Zijn zus volgt hem en loopt naar de hoek met de fietsen.
‘Mijn driewieler!’ Ze neemt het ding in beide handen. Het stof dwarrelt op haar schoenen.
‘Onze driewieler. We reden er altijd samen op. Als jij mij er niet vanaf duwde.’
Hij blijft aan het luik staan en kijkt rond, alsof hij alle dozen wil tellen. Zij piept onder de lakens. Nog meer stof.
‘Zoveel spullen.’
‘Ze hebben echt alles bijgehouden.’
‘Als wraak omdat we vroeger niet wilden opruimen.’
Ze sluit de doos en neemt de driewieler.
‘Kom. Ik zal koffie zetten.’

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: | Plaats een reactie

Uitval

De kop koffie die zijn vrouw hem stilletjes had gebracht, is koud. Zijn bureau ligt vol met paperassen. Uitgeprinte e-mails, enkele samengeniete bundeltjes en heel veel losse papieren met heel veel getallen erop. Tussen deze papieren chaos torent een groot computerscherm als de kathedraal rond een wirwar van Middeleeuwse straatjes. Op het scherm nog meer getallen.

Voorovergebogen ramt hij op zijn toetsenbord. Hij tikt, hij klikt, zonder zijn ogen van het scherm te wenden. Het zandlopertje verschijnt en hij grommelt.

Hij neemt één van de paperassen en vergelijkt ze met de getallen op het scherm. Hij klikt. Weer een zandlopertje. Hij vloekt. En zo gaat hij door. Voorovergebogen. Zuchtend en kreunend.

Ineens is het scherm zwart. Hij blijft roerloos zitten, een blad in de rechterhand, zijn linker vastgevroren aan de letter “z”. Dan raakt hij voorzichtig de monitor aan. Duwt op een knopje. Zwart. Kijkt onder zijn bureau. Duwt daar ook op een knopje. Er gebeurt niets. Kijkt naar buiten, staat recht en probeert de lichtschakelaar. No dice. In de gang laat hij zijn hand over de zekeringen van de schakelkast gaan.

In de woonkamer snoest zijn vrouw in de sofa, een boek omgekeerd op de schoot. Aan haar voeten speelt een meisje van een jaar of twee.

‘Elektriciteit is uitgevallen’, gromt hij.
‘Serieus?’ antwoordt de vrouw. ‘Heb je ze weer opgezet?’
‘Denk dat de hele straat zonder zit.’
Het meisje trekt aan zijn broek en geeft hem een plastieken taartje.
‘Opeten.’
‘Heb je die speciaal voor mij gemaakt?’Het meisje knikt. ‘Ook zonder elektriciteit, mijn schattebol?’
Ze kijkt hem streng aan.
‘Nog één maken. Met appel.’

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Plaats een reactie

From Hell

Het Genootschap van het Genot van het Boek las zijn eerste graphic novel. Het zware (“niet simpel om deze baksteen op de trein mee te zeulen”) boek werd goedgekeurd, al werden niet alle hoofdstukken en plotwendingen met groot enthousiasme onthaald.

From Hell volgt Jack The Ripper die in 1888 minstens 5 prostituees gruwelijk vermoordde. Tegelijk krijgt de lezer in onovertroffen, rauwe zwart-wit tekeningen een beeld van het leven van de Victoriaanse armen en rijken. Het boek werd geschreven door Alan Moore (ook bekend van Watchmen en V for Vendetta) en getekend door Eddie Campbell.

De meeste leden van ons illustere Genootschap hebben relatief weinig ervaring met graphic novels. Bekijk je elk prentje grondig of lees je na verloop van tijd vooral de tekst? Is een graphic novel meer een film dan een boek, doordat de scenarist/tekenaar ook moeilijk in het hoofd van zijn personages kan kruipen?En daardoor vooral gebruik moet maken van dialogen en interessante kijkperspectieven? Was het filmische van From Hell ook niet het sterkste punt van het boek? De conclusie van ons Genootschap was dat een graphic novel anders is dan een prozaboek, maar daarom niet minder boeiend. De tekeningen en hun specifieke stijl zetten de juiste toon voor het verhaal. En Stichtend lid nummer 1 verklaarde zonder blos op haar wangen dat ze het meest genoten had van de keurig in beeld gebrachte seksscènes.

Los van de expliciete seks was het Genootschap ook enthousiast over het verhaal zelf. Een rijke, gelaagde constructie, knap samengeweven met ronde personages. Misschien hier en daar een beetje te moeilijk om te volgen voor onze arme Leden, aangezien alleen Stichtend Lid nummer 2 de ontknoping van het verhaal volledig begrepen had (zij werd prompt en unaniem bevorderd tot Vice Voorzitter). From Hell wil ook een tijdsdocument zijn. Een Victoriaanse wereld opende zich voor de Genootschapsogen en prikkelde de nieuwsgierigheid. Ook de variatie in teken- en vertelstijl die per hoofdstuk gehanteerd werd, gaf het boek een meerwaarde. Het diepte niet alleen het tijdsdocument uit, maar bracht afwisseling in de zware thematiek van het boek.

Gaat het Genootschap nu collectief op tekenles? Daarvoor was het boek een beetje te onevenwichtig. Zo had hoofdstuk 3 er in zijn volledigheid uit gekund. En net de sterkte van het boek (de verpletterende detaillering van het Victoriaanse Londen) is ook de achilleshiel van de schrijver. From Hell is bij momenten te complex en vergezocht, daardoor te saai en ingewikkeld. Was het nodig om elk historisch personage uit dit tijdsvak, zoals de Elephant Man of Oscar Wilde, op te voeren? En is het niet een beetje ironisch dat een boek dat een zo accuraat mogelijk tijdsbeeld wil schetsen, niet-rationele elementen zoals visioenen, tijdsreizen en vrijmetselaarscomplottheorieën nodig heeft om het hele verhaal rond te krijgen?

From Hell is een knaller van een graphic novel, maar had met wat meer dosering nog beter kunnen zijn. Volgende keer leest het genootschap De zwarte met het witte hart van Arthur Japin. Benieuwd wie deze keer de plot helemaal begrijpt.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , | 5 reacties

Wat ik nog wil doen voor ik sterf

Anne, Jan en dan Sarah hebben zich doelen gesteld. Ik ook. Dit zijn de 10 dingen die ik nog wil doen voor ik sterf:

1. Koeien omduwen

In mijn puberjaren wilden mijn drinkingbuddies en ik een slapende koe omduwen. Ik weet het, het is levensgevaarlijk voor die beesten. Dus nogal dieronvriendelijk. En hoe je zo’n melkfabriek dan omver krijgt weet ik ook niet. Maar om mijn idyllische jeugd in Vochtig Haspengouw te vervolmaken zal ik toch ooit een koe moeten omduwen.*

2. Een serenade brengen voor MijnEngel

Af en toe schrijf ik een gedichtje voor MijnEngel. Daar scoor ik altijd goede punten mee. Maar een serenade, dat heb ik nog niet gepresteerd. We zullen ook eerst moeten verhuizen want we hebben geen balkon. En we wonen op de vierde verdieping. En er rijden veel auto’s door onze straat.

3. Mij nog eens goed aanstellen in het openbaar

Zoals deze jongen

(zeker kijken tot het einde)

4. Een brief naar de koning schrijven

Om te vragen hoe het met hem is en om te vertellen hoe het nu met mij gaat. Want volgens mij krijgt die man alleen maar vervelende brieven van onvriendelijke mensen die hem van alles eisen.

5. Lord of The Rings marathon

De lange extended versies. En het aantal dwergen tellen.

6. Samen met mijn zoon schelden op de scheidsrechter

Later als ik groot ben wil ik kinderen. En liefst een zoon. Ik zal hem leren dat hij ‘arbiter, hebt ge stront in uw ogen’ moet roepen telkens de scheidsrechter onterecht voor buitenspel fluit. Hij zal “douchen douchen” zingen als een tegenstander rood krijgt. Zodat hij, als hij groot is, nog altijd zijn tijd verdoet met dat idiote spel.

7. Het volledige oeuvre van Louis Paul Boon lezen

Deel 13 is onlangs verschenen en knipoogt naar me as we speak van op het rek ongelezen boeken.

8. Echt iets slechts doen

Zo voor één keer maar. Ik doe nooit een vlieg kwaad, een occasionele mug niet nagelaten. Maar één keer, één enkele keer zou ik graag eens iets heel erg asociaals, iets heel erg slechts doen. Het oude vrouwtje ruw aan de kant duwen dat tergend traag de trap opgaat. Met mijn sleutelhanger een streep trekken op een auto die op het voetpad staat. In de brievenbus van de buurman pissen. Een fles whisky stelen uit de Delhaize. Om te voelen hoe het is om iets slechts te doen. Voel je je dan schuldig of raast de adrenaline dan door je hele lijf? En kan je dan niet meer stoppen?

9. Op bedevaart naar Santiago De Compostela.

Ter vergeving van 1, 6 en 8. En 7 stond vroeger zeker en vast op de lijst van verboden boeken.

10.  Een marathon lopen

En als ik dan toch moet sterven, 50 meter na de finish doodvallen. (MijnEngel kijkt me kwaad aan “Jij mag nooit doodgaan. En zeker niet voor ik dood ben. En dat gaat nog heel lang duren.”)

*Voor de beste, meest diervriendelijke oplossing zal ik een pluchen beest in een weide zetten dat ik dan symbolischer wijs omduw.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: , , | 4 reacties

1001 Liefdes

 

Voor 1001 liefdes schreef ik een liefdesbrief aan MijnEngel:

MijnEngel,

Als iemand doodgaat, dan mag hij naar de hemel. Hij eet er elke dag rijstpap. Met een gouden lepel. Andere zielen geloven dat er een rits maagden op je wacht. En er zijn er die beweren dat je één moment uit je leven mag kiezen. Dat je telkenmale opnieuw beleeft.

Wat zou ik kiezen om eeuwig te herhalen?

Niet de eerste keer dat ik je kuste. Hoe zoet dat ook was, een eeuwigheid kussen, ik denk niet dat mijn lippen dat overleven.

Zij aan zij in de zetel, een boek lezen. Onder een deken dicht tegen elkaar. Een bladzijde wordt knerpend omgedraaid. Maar ik weet niet of ze daar een goede bibliotheek hebben.

Misschien wel de eerste keer dat je voor me kookte. Dat mislukte nogal spectaculair. Met een beteuterd gezicht zei je dat het normaal gezien wel altijd lukte. Dan zit ik een eeuwigheid met honger.

We gaan samen op restaurant, jij kleedt je op en verplicht mij om een hemd aan te trekken. We nemen samen de tram naar de andere kant van de stad. We drinken een aperitief en nemen een dessert. We praten zachtjes. Ik zie het tafelkaarsje dansen in je ogen. Maar elke avond op restaurant, worden we daar niet te dik van?

Je valt in slaap. Ik zet de radio zachter en probeer langzaam te remmen. Af en toe kijk ik naar je. Naar de weg, naar jou en terug. En dan rijden we onze stad binnen en aan de eerste lichten klop ik zachtjes op je knie totdat je wakker wordt. Je rekt je uit. ‘Ik geloof dat ik geslapen heb’.

Dat lijkt me wel iets. Voor de eeuwigheid.

Geplaatst in Ik schrijf U leest | Tags: | 3 reacties

Trager, beter, zachter

The XX doet alles wat niet mag. Voor een overvolle marquee nog trager, nog zachter spelen.

Ik stel me voor hoe jullie door de hooligans van de buurt uitgescholden werden voor  ‘depressieve zwartjassen’ of ‘emo-janetten’. Hoe jullie voor 15 pond in een smerig achterzaaltje van een Londense bar speelden. Jullie namen een album op en werden bejubeld in de vakpers. Tot daar eigenlijk niets bijzonders. Ze hypen elk jaar wel een nieuwe groep op dat eiland.

Het album werd vooral geprezen omdat er geen noot te veel op staat. Jullie hadden elk woord, elke beat, elke snaar op een apothekersschaaltje gewogen en afgemeten. En dat leek wonderwel te werken. Ze hypen niet zomaar een groep op dat eiland.

Dan op tournee. Eerst in kleine zaaltjes, vervolgens de iets grotere clubs genre AB en Paradiso. Een jaar na de release van dat hippe album schuimen jullie de festivals af en spelen voor 20.000 man. Ze zijn alle 20.000 benieuwd hoe jullie de uitgestrekte bierdrinkende weide zullen temmen.

Jullie hebben het waarschijnlijk wel eens geprobeerd in het repetitiehok. Om harder te spelen. En sneller. Om meer te rocken. Steviger. Opbouwen naar een echte climax, dan alles stilleggen om uiteindelijk vijf minuten vol door te rammen. Maar het werkte niet. Jullie zijn geen volksmenners. En misschien zijn jullie wel niet goed genoeg om zonder fouten sneller te spelen?

Een live concert, zeker op een festival, moet net iets extremer dan de studioversie zijn. Men dikt alles een beetje meer aan, wil niet dat de muziek wegwaait over de grote weide. Daarom was er maar één uitweg. Nog minder spelen. Nog trager. Dat er iemand uit de groep stapte, was stiekem wel mooi meegenomen. Alleen het minimum.

Zo staan jullie dan op Pukkelpop. En doen vol overgave waarin jullie geloven. Niet meer dan het strikt noodzakelijke. In het publiek staat iemand die dacht dat dat niet mogelijk was. Nog trager spelen. En er nog mee wegkomen ook.

The XX, gezien op Pukkelpop 2010.

Review in HumoHet Nieuwsblad en Cutting Edge.

 

Geplaatst in Ik luister U leest | Tags: , | Plaats een reactie

Gekreun en gezaag: Midnight’s Children

Het Genootschap van het Genot van het Boek las Midnight’s Children van Salman Rushdie. Met veel gezucht, gekreun en gevloek. En aftellen tot het einde. Het is nochtans niet zomaar een boek dat de Voorzitster voor ons had uitgekozen. De Booker of Bookers begot! Bejubbeld en gehonoreerd. Wat Honderd jaar eenzaamheid is voor Latijns-Amerika is Midnight’s Children voor India.

Vanwaar dan al dat gekreun? Leest het Genootschap liever pulp dan een echte klassieker?

In Midnight’s Children schrijft Saleem Sinai zijn familiekroniek. Het hoofdpersonage werd in de eerste seconden van India’s onafhankelijkheid geboren en heeft hiervoor een speciale gave gekregen. Hij kan andermans gedachten lezen. Zo komt hij in contact met 999 andere kinderen, allen diezelfde nacht geboren en allen met een bijzonder talent. Saleem gelooft dat de Middernachtskinderen een belangrijke rol zullen spelen in dit jonge India. Hij schrijft het verhaal dan als ook als apologie voor zijn zoon. Zodat zijn zoon weet dat de familie Sinai en Saleem in het bijzonder, de geschiedenis van dit subcontinent mee bepaald hebben.

Net daarom dat de meerderheid van het Genootschap weinig sympathie voelde voor Saleem. Hij is langdradig en arrogant, plaatst zichzelf steeds in het middelpunt van de belangstelling. Het is niet makkelijk om voor hem te supporteren als hij weer eens een paginalange uiteenzetting houdt over het belang van zijn kleine leven voor het grote India.

Midnight’s Children vertelt niet alleen het levensverhaal van Saleem Snotnose, Sniffer, Mapface, Piece-of-the-Moon Sinai, het is tegelijk een alternatieve geschiedenis van het moderne India. Alle belangrijke gebeurtenissen (het afscheuren van Pakistan en het ontstaan van Bangladesh, the emergency) van dit subcontinent doorkruisen het leven van Saleem. Ook de Middernachtskinderen en hun onderlinge discussies weerspiegelen de veelzijdigheid van het land.

Dat maakt van het boek een groots allegorisch verhaal, over een land dat opgroeit, met de kinderziekten en puberproblemen die daarbij horen. Ondanks de diepte die Midnight’s Children hierdoor krijgt, was net deze brok geschiedenis het moeilijkst verteerbaar voor het Genootschap. Op de alom geprezen Voorzitster na, is er niemand van ons illuster gezelschap ooit in India geweest. De namen van politieke partijen en figuren hadden evengoed die van de koningen van Saturnus kunnen zijn.

Toch zou het Genootschap nooit durven te beweren dat die Rushdie maar een saaie geschiedkundige paginavuller is. Met dank aan de feilloze stijl en structuur. Zo was Stichtend Lid nummer 2 helemaal in de wolken van de vele alliteraties (bv. “I superimpose turbulent long-shots of street riots, medium shots of burning buses and blazing English-language libraries” of “Spicy sweet fumes rose from a street-snack barrow”). De Voorzitster had het over de groot aangekondigde gebeurtenissen die dan kleine voorvalletjes blijken te zijn die op hun beurt de wielen van de geschiedenis doen draaien. En het hele Genootschap genoot van het steeds maar weer verbinden van personages, voorwerpen, plaatsen en lichaamsdelen. Cirkels die door Rushdie 5, 20 of 100 bladzijden later telkenmale gesloten werden. Stichtend Lid nummer 2 opperde dat je het eigenlijk twee keer moet lezen om ten volle te kunnen genieten van de onovertroffen stijl, maar dat was dan weer een brug te ver voor stichtend lid nummer 1: “Eén keer graag, maar nooit meer.”

Midnight’s Children was een kolfje naar de hand van de Voorzitster. Zij vond het een meeslepend en rijk boek. De overige Genodigden konden het metier van Rushdie wel appreciëren, maar hadden toch liever iets lichtere kost gehad. Daarom werd er mij gesmeekt om voor de volgende zitting een makkelijker boek te nemen, iets met prentjes of zo.

Ik vraag me af hoe verteerbaar From Hell zal zijn.

Geplaatst in Ik lees U leest | Tags: , , | Plaats een reactie