Aangezien het Genootschap van het Genot van het Boek niet kon kiezen tussen The Corrections en Ten zuiden van de grens, ten westen van de zon als Boek van het jaar.
-
Twitter
Tweets van maartensmoPopulaire berichten
Blogroll
Archief
Aangezien het Genootschap van het Genot van het Boek niet kon kiezen tussen The Corrections en Ten zuiden van de grens, ten westen van de zon als Boek van het jaar.
Met 450.000 inwoners is Beira de tweede grootste stad van Mozambique. Het werd gekoloniseerd door de Portugezen die de stad uitbouwden als hun haven aan de Indische Oceaan. Tegenwoordig blijft er van die glorieperiode niet zoveel meer over. Op het meest fascinerende krakerspand ter wereld na.
Het grande hotel opende in 1954 zijn deuren als het grootste en meest luxueuze van heel Afrika. Met zijn enorme kamers, olympisch zwembad en allerhande andere faciliteiten moest het de witte beau monde van het hele continent naar Beira lokken. Maar de kamers waren te duur en het hotel sloot na een tiental jaar de deuren zonder ook maar ooit break even gedraaid te hebben. Na de onafhankelijkheid van Mozambique en de daarop volgende burgeroorlog bleef er sowieso geen geld meer over in Beira. De stad en het hotel geraakten in de vergetelheid.
Ten tijde van de burgeroorlog werd het complex gekraakt door vluchtelingen en daklozen. Zij namen hun intrek in de kamers, koelkasten, liftkokers en gangen. Ze stripten het gebouw tot op het geraamte en verkochten alles wat ook maar een beetje waarde zou kunnen hebben. Het parket van de balzaal werd opgestookt. Alle marmer werd uitgebroken. Tot de leidingen in de grond werd alles gerecycleerd. Wat er anno 2012 overblijft van het eens zo trotse grande hotel is een griezelig, maar tegelijkertijd open en functioneel geraamte dat onderdak biedt aan 2000 tot 3000 mensen. In het enorme complex vormen zij een eigen leefgemeenschap, met hun eigen regels en wetten.
En zo begon het grande hotel aan een derde leven. Als pretpark voor Westerse journalisten: de Belgische Stoops maakte er een documentaire van (jammer genoeg kan je enkel de trailer online zien, stel u voor dat iemand gratis naar een documentaire zou kunnen kijken), de fotograaf Héctor Mediavilla maakte er een boeiende fotoreeks over. Je vindt artikels op wired en boingboing.net. Want een megalomaan paternalistisch project dat in het heden gerecycleerd wordt als leefgemeenschap spreekt in de Westerse wereld tot de verbeelding.
Het Olympisch zwembad is ondertussen een wasplaats. En de kamers in het hotel, die zijn nog nooit zo erg in trek geweest als vandaag.
In On the Road, het iconische boek van de beatgeneratie, vertelt het hoofdpersonage Sal Paradise over de reizen met en zonder zijn buddy Dean Moriarty. Jack Kerouac trok in de jaren 50 meermaals van de oostkust naar de westkust en terug met nauwelijks een dollar op zak. En die dollar werd opgebrast aan wilde feestjes en zuippartijen. De roadtrips in On the Road zijn heuse jongensavonturen, met chagrijnige chauffeurs, lokale schoonheden, joy rides en rare lifters. In elke stad ontmoet Sal wel een zielsverwant. Het lijkt of de VS in de jaren 50 bevolkt werden door hele legers outcasts en losers die van dag tot dag de nacht proberen te wurgen met drank en muziek.
De na-oorlogse beatgeneratie wilde losbreken uit het conformistische Amerika. Bovendien was dankzij McCarthy elke zonderling een staatsgevaarlijke communist. De beatgeneratie zocht in deze context koortsig naar zingeving. De tocht die Sal/Kerouac aflegt, is niet alleen een fysieke tocht, maar ook een zoektocht naar zijn eigen plekje in het uitgestrekte land, zonder zich noodzakelijk te moeten buigen naar de gangbare normen en waarden.
Het Genootschap van het Genot van het Boek bleef een beetje op zijn honger zitten. On the road zal in zijn tijd ongetwijfeld een baanbrekend werk geweest zijn, maar voor ons was het niet veel meer dan een verhaal over een stel losers die in een dronken bui het continent rondhosten. De seks en drugs zullen in de jaren 50 wel schokkend geweest zijn, maar lezers van nu halen daarbij de schouders op. Stilistisch is het boek geen hoogvlieger op een paar rake beschrijvingen na. Enkel als Sal de jazzfeestjes in een heldere en hectisch bezwerende stijl beschrijft, voel je de adrenaline pompen. Verder zit het boek tsjokvol met tientallen personages uit de beatscène en met nog meer Amerikaanse dorpjes en steden, waardoor het boek niet boven de context van het Amerika van de jaren 50 uitstijgt. Voor een boek met zo’n cultstatus waren de verwachtingen wellicht te hoog.
Volgende keer lezen we The Corrections van Jonathan Franzen. Benieuwd wie daarin een rist ongelukkige vrouwen op zich laat wachten.
Het is weer de tijd van het jaar. Van de vallende blaren, ja dat ook. Maar vooral een periode waarin werk- en andere soorten stress zich als een griepvirus door het land verspreiden. Denk maar eens goed na. Hoe vaak heb je de voorbije weken gehoord of gelezen dat het toch zo ver-schrik-ku-leuk druk is. Met werk. Of met het gezin/de partner en alle toeters en bellen die daarbij horen. Of met de een of de andere uit de hand gelopen hobby. Soms met alle drie.
Wat is dat toch met onze generatie? Eerst wilden we volwassen en zelfstandig zijn, dan een fantastisch lief. Hij of zij moet niet alleen onze grootste zielsverwant zijn, maar er ook nog goed uitzien. En elke dag/week knallende seks, dat spreekt voor zich. We wilden ook stuk voor stuk goed zijn in onze job. En we wilden ons ontplooien en cultiveren, voorstellingen zien, festivals afdweilen, films becommentariëren en iets bijleren. En dan wilden we een betere job, want dat eerste trucje, dat konden we nu wel. O, en kinderen. Niet zomaar kinderen, maar lieve, intelligente kinderen met de beste vader en moeder.
We willen zoveel. Dat is niet erg. Maar we kunnen zo moeilijk het ene omarmen en tegelijkertijd het andere loslaten. We zeggen tegen onze wolk van een kind dat hij niet met alle speelgoed tegelijkertijd kan spelen. Maar zelf kunnen we onze speeltjes even moeilijk lossen.
En daarom hebben we het zo druk. Rennen we van A naar B. Niet omdat we zoveel moeten. Maar omdat we er zoveel bij willen doen.
En nu moet u me excuseren, want ook al schrijf ik graag een stukje, mijn zoon steekt een boekje in de lucht dat hoogdringend gelezen moet worden.
Generaals beslechten altijd de vorige oorlog.
De Maginot-defensielinie strekte zich uit van Luxemburg tot Basel en vormde zo een ondoordringbare muur op de Frans-Duitse grens. Ze werd gebouwd tussen 1930 en 1939 en draagt de naam van de Franse minister van oorlog André Maginot. Maginot had net zoals de top van het Franse leger geploeterd in de modder van de eerste wereldoorlog. Allemaal oude mannen die vroeger met eigen ogen hadden gezien wat er fout ging in de vier jaar durende patstelling: gedemoraliseerde soldaten in geïmproviseerde loopgraven. Dat mocht nooit meer gebeuren. En zo mocht Maginot een strategie uitdokteren die een verrassingsaanval van de Duitsers op Elzas en Lotharingen onmogelijk zou maken. De Maginot-linie is gemiddeld 20 kilometer breed met ondergrondse bunkers, gangen, slaapkwartieren en magazijnen. Met spoorverbindingen, air conditioning, vooruitgeschoven schietposten en state of the art communicatielijnen. Totale kost: 3 biljoen Franse francs.
De Duitsers trokken andere lessen uit de eerste wereldoorlog. Door het verdrag van Versailles (1919) mochten ze maar een klein leger op de been houden. Dat zorgde ervoor dat de Duitsers veel innovatiever nadachten over wat je allemaal met kanonnenvlees kon doen. In 1932 gaf Berlijn te kennen dat zij zich niet meer aan deze beperking gingen houden aangezien de andere ondertekenaars evenmin hun legeraantallen op de afgesproken hoeveelheden hielden. En zodra Hitler aan de macht kwam, bouwde hij ultramodern oorlogsspeelgoed: tanks, vliegtuigen, maar ook paragliders (die het Belgische fort van Eben-Emael met een handvol soldaten uitschakelden).
De tweede wereldoorlog ging te snel voor de oude Franse generaals. 20 jaar eerder werden alle troepenverschuivingen afgemeten aan de stapsnelheid van de gewone soldaat. Nu donderden de Duitse pantserdivisies tegen 30 kilometer per uur door het vijandige gebied. Als de Duitsers eenmaal voorbij de Belgisch-Duitse en Nederlands-Duitse verdedigingslinies waren, stonden ze in no-time op Frans grondgebied. Het prachtige Maginot-complex met forten, bunkers en schiettorens is in de hele tweede wereldoorlog zo goed als ongemoeid gelaten. De oprukkende Duitsers lieten de Elzas links liggen, vernielden één groot fort ter hoogte van Sedan en dat was eigenlijk genoeg om de rest van Frankrijk te veroveren. Ook de Amerikanen verspilden weinig energie aan de Duitsers die vier jaar de Maginot linie hadden ingegraven. Ook zij trokken door België op weg naar Duitsland.
De Maginot-defensielinie voorkwam effectief een directe Duitse aanval op de Elzas. Maar de tweede wereldoorlog hebben de Fransen er allerminst mee gewonnen.
Beste trouwe lezer,
Al enkele jaren sloof ik me voor u uit. Elke avond kruip ik stilletjes naar mijn zolderkamertje waar ik tot het ochtendgloren met pen en papier de beste, mooiste, elegantste stukjes probeer te schrijven. Ik stop niet met schrijven als mijn vingers beginnen te bloeden. Als de letters niet meer te lezen zijn door de rode strepen op het blad, giet ik whiskey op mijn handen zodat ik weer even verder kan.
Jullie denken vast, die gast schrijft iets in een half uurtje, zo tussen de soep en patatten door, en zwiert dat dan op zijn rare blog. Maar zo werkt het dus niet. Over elk woord is uren nagedacht, het is geschrapt, gesynonimiseerd en dan terug gewoon als voorheen neergezet in een poging om de Meest Perfecte Zin ooit te reconstrueren. Ik schrijf honderden stukjes om dan enkel het beste over te houden. Ik zwoeg, ik schrap, ik lijd honger.
En heb ik ooit iets van u gevraagd in ruil voor mijn noeste arbeid? Ik dacht het niet.
Maar nu kan u iets voor mij doen. Er is namelijk literaire eer te rapen met de A.L. Snijdersprijs. En ik ben alvast geselecteerd voor de publieksprijs. Hier kan je stemmen voor het onvolprezen Rokers aan de uitgang van het ziekenhuis (265).
Niet vergeten te stemmen, want als ik deze prijs niet win, zal ik mijn lieve, dikke kat moeten opeten om niet om te komen van de honger.